ADOPTIEKLOK (15012024)

Adopteer een klok en vier 50 jaar Krona met ons kopte de nieuwsbrief van het museum in Uden waar ik een paar maanden eerder kennis mee had gemaakt. Misschien wel omdat de goede vriendin met wie ik er naartoe was gegaan in Zweden had gewoond, de taal spreekt en mij had bijgebracht dat krona het Zweedse woord voor kroon is. Maar wat dan nog? Het kwartje viel enigszins nadat het duidelijk was geworden dat het museum inwoont bij de ruim 300 jaar oude abdij Maria Refugie van de Zusters Birgittinessen. De kloosterorde die de naam draagt van de Zweedse Heilige Birgitta, die in 1346 de Orde van de Allerheiligste Verlosser stichtte, de orde die we tegenwoordig kennen als de Birgittinessen. Het kwartje viel pas echt nadat ik las dat de zusters de Birgittijnse kroon dragen. Zoals moslimvrouwen hun hoofd met een sluier bedekken, bedekken de Birgittinessen hun hoofd met een zwarte sluier waarop ze een simpele witte kroon zetten die bestaat uit een band om het hoofd waaraan twee smallere banden zijn gehecht die er in de vorm van een kruis overheen lopen. Op de vijf knooppunten zijn rode stippen bevestigd: de vijf bloederige wonden die Jezus opliep bij zijn kruisiging, vier door de spijkers waarmee zijn handen en voeten aan het houten kruis waren genageld en de wond in zijn zijde waar een Romeinse soldaat zijn speer in zou hebben gestoken. Want ja, in die tijd waren Jerusalem en Palestina door de Romeinen bezet gebied.

Omdat ik iets met klokken heb, sprak het adopteren ervan mij best aan. Toen vrijwel overal nog een eenvoudige houten klok boven op de mantel van de met kolen gestookte kachels stond, stond er bij mijn grootouders een behoorlijk luxe klok, althans in mijn jongensogen. Eentje van marmer op poten van brons en sierlijke oren, die min of meer als het voetstuk diende voor de Godin van de Jacht die trots de met pijl en boog geschoten vogel omhoog hield. Die klok heb ik ooit geërfd en staat nog altijd bij mij thuis. Het huis dat ik in Frankrijk kopen, zag er bij de bezichtiging bewoond uit, de eigenaresse was vast een ommetje gaan maken. Compleet ingericht: kunst aan de muren, jassen aan de kapstok, kleren in de klerenkast, opgemaakte bedden én op schoorsteenmantel van de open haard een Pendule de Cheminée die keurig op het hele uur sloeg. Al pratend met de makelaar bleek dat de eigenaresse 3 jaar eerder plots was overleden en dat het huis door haar twee in Parijs wonende dochters werd verkocht, waarop ik vroeg wat er met alles dat er in hing en stond zou gaan gebeuren. Dat wilden ze apart verkopen, zodra het huis zou zijn verkocht. Interessant, omdat mijn verhuizers hadden verteld dat het dankzij de Argentijnse bureaucratie maanden zou gaan duren voordat mijn spullen – waaronder de klokken die ik in de loop der jaren in Buenos Aires had gekocht - geëxporteerd zouden kunnen worden. Met dat in het achterhoofd liet ik de makelaar weten het huis wel voor de vraagprijs te willen kopen, maar zoals ik het had gezien. Dus inclusief alles wat er in stond en hing, hetgeen dus niet de bedoeling was en bleef. Mijn reactie? Dan gaat het wat mij betreft niet door en wachten ze nog maar eens drie jaar op een koper. De dag erna was de koop rond.

Guido Geelen maakte met zijn zeven getijdenklokken een kunstwerk dat aan zou sluiten op de zeven gebedstijden van de kloosterzusters. De enige getijden die ik tot nu toe kende waren eb en vloed, laagwater en hoogwater, maar dat is blijkbaar niet genoeg voor een klooster, waarvan ik alleen maar wist dan dat mannen en vrouwen in aparte kloosters leven. Guido's werk bestaat uit zeven Comtoise klokken, die de boeren van de Franse regio Franche-Comté ergens in de 17e eeuw begonnen te maken als er tijdens de winter niet op het land kon worden gewerkt. Vandaar dat ze er aanvankelijk eenvoudig maar hartstikke stoer uitzagen: een wandklok met het uurwerk zichtbaar in een metalen “kooitje” met op het “dakje” een grote bel om de uren goed hoorbaar aan te kondigen en aan de onderkant kettingen met zware gewichten die naar beneden zakten en aldus het uurwerk in beweging hielden. Puur vakwerk. De kunstenaar had de metalen gewichten vervangen door keramische objecten van rode klei, zoals schaaf&plank, boormachine&muur, strijkijzer&lap, flessen&boeken, die dus zouden verwijzen naar de dagelijkse bezigheden in het klooster. Eerlijk gezegd had ik wat moeite om het verband te zien, want, zo las ik, het kloosterleven begint 's ochtends heel vroeg met het laudum, het ochtendgebed en eindigt heel laat met het completum, de dagsluiting. Katholiek opgevoede museumbezoekers zullen dat vast en zeker wel gelijk doorhebben. Flessen&boeken, is de klok die de goede vriendin en ik mochten adopteren en die past goed bij ons. Hoewel ….. de flessen wel wat meer “bij mij” dan “bij ons”. Hoe dan ook, we zijn nu heel erg trotse adoptieouders.