|
HOMBROICH - 3 (22022024) Op Raketenstation Hombroich is het stukken aangenamer dan dat het gisteren op Insel Hombroich was, de temperatuur is zowaar een paar graden gezakt. Rechts langs de weg liggen bij de Skulpturenhalle mooi tegen het groene gras afstekende grote objecten, keramiek zo te zien. Dat is voor later, eerst linksaf naar de Langen Foundation. Karl-Heinz Müller, de initiatiefnemer van Hombroich, had nadat hij in 1994 de voormalige NAVO raketbasis had gekocht de Japanse toparchitect Tadao Ando uitgenodigd om met hem van gedachten te wisselen over hoe hij die opnieuw zou willen inrichten. De voorkeur van de architect voor beton, glas en staal was bekend, net zoals dat hij altijd nadrukkelijk rekening hield met de omgeving, in deze het ruige landschap, waarin zijn ontwerpen eventueel zouden worden uitgevoerd. Na het bezoek aan Hombroich deed Ando een eerste voorstel voor een expositieruimte en bouwde daar een model van waar tot 2001 verder niets mee zou gebeuren. Dat was het jaar dat Müller contact opnam met Marianne Langen, de weduwe van de in 1990 overleden Viktor Langen, die net als hij eigenaresse was van een veelzijdige en omvangrijke kunstcollectie. In hun huis in Ascona hadden ze eind jaren 70 een privémuseum ingericht voor de Japanse rolprenten die ze hadden gekocht toen vrijwel nog niemand buiten Japan in Japanse kunst was geïnteresseerd. Viktor en Marianne waren een schatrijk echtpaar – ze behoorden tot de duizend meest vermogende Duitsers - die naast 12e tot 20ste eeuw daterende Japanse schilderkunst, keramiek en religieuze kunst, 20ste eeuwse Europese kunst verzamelden en veel werk bezaten dat ze tijdens hun reizen door Latijns-Amerika, Afrika en Azië hadden gekocht. Ze lieten zich altijd goed voorlichten, maar hun eigen voorkeuren en goede smaak speelden de hoofdrol, de prijs was van ondergeschikt belang. “Onze collectie is het tastbare resultaat van onze reizen”, zo legde Marianne ooit uit. Karl-Heinz Müller nam vast en zeker met voorbedachten rade contact op met de Marianne Langen, dat vermoed ik althans. Hij wilde de raketbasis verder ontwikkelen, had een ontwerp voor een museum van een vooraanstaande Japanse architect en zat wellicht wat krap bij kas. Zij was de weduwe van Viktor Langen, eigenaar van een unieke collectie Japanse kunst en haar naam stond in de lijst van de rijkste Duitsers. Het ons kent ons circuit – beiden waren immers vermogend – hielp ongetwijfeld bij het maken van een afspraak. Mijn indruk is dat Marianne gelijk was verkocht toen zij het model zag dat Tadao Ando van zijn ontwerp had gemaakt, ze liet weten dat de bouw te zullen betalen en nam onmiddelijk alle touwtjes in handen. Aldus werd in haar eigen woorden “Het gebouw van de Langen Foundation is het grootste kunstwerk dat ik ooit heb gekocht” en vast en zeker ook het duurste. Maar mag je of kan je Ando's museum eigenlijk wel een gebouw noemen, want er is geen steen te bekennen, of is het inderdaad een kunstwerk? Hoe dan ook, het bestaat uit een hoog metalen frame dat aan alle kanten – voorkant, achterkant, zijkanten en bovenkant - is bekleed met glas waardoor je op afstand al kunt zien wat er in staat of liever gezegd aan het dakframe lijkt te zijn opgehangen: een grote doos zonder ramen met aan de zijkanten hier een daar een opening die toegang geeft tot de expositieruimtes die erachter liggen. Voor de Japanse prenten uit de collectie van Viktor en Marianne Langen is een speciale zaal gecreëerd waarin wisselende exposities zijn te zien. Sinds vorige week zijn dat de Vier Jahreszeiten, rolprenten en series werken uit de Edo-tijd (1603 – 1868), de langste periode van ononderbroken vrede die de Gouden Tijd van de Japanse kunst wordt genoemd. Bekentenis: ik vind niets aan de veelal met fletse kleuren afgebeelde vogeltjes en bloemen of mannen die jagen met jachtvogels of mannen die op een door nog meer mannen geroeide boot met jachtvogels op vogels jagen of thee drinken. 't Is gewoon mijn smaak niet. Nee dan Conny Maier, wiens werk onder de titel Beautiful Disasters wordt getoond. Mooie mislukkingen. Zij is een Berlijnse kunstenaar die veelal met heldere kleuren werkt en dan vaak nog wat dunne lijntjes in een andere kleur over het doek trekt als dat klaar is. Op de meeste schilderijen die hier hangen staan menselijke figuren afgebeeld die een lichaam hebben waarmee ze het in het dagelijks leven niet ver zouden schoppen: geen neus, op de plaats van de ogen slechts spookachtig uitvergrote witte oogbollen, ronde monden als die van een fles, lichamen, armen en benen die wel als zodanig herkenbaar zijn maar door hun vormgeving nooit als zodanig zouden kunnen worden gebruikt, ze zijn totaal nutteloos. En dan heb ik het nog niet eens over handen, voeten of vrouwenborsten gehad of de naakte vrouwen die ouderwets zwaar behaard zijn in de oksels en op de onderbuik. Maar het zijn zonder meer wel erg mooie mislukkingen. Het enige echte disaster dat ik zie heeft de kunstenaar Ernteunfall gedoopt, een ongeluk tijdens het oogsten. Een schilderij van een meisje bij wie tijdens de pluk een appel op het hoofd is gevallen.... Met die beelden op het netvlies gaan we naar de Skupturenhalle op het Kirkeby Feld aan de andere kant van de weg. wordt vervolgd |