HOMBROICH - 6 (27032024)

Toen wij met Insel Hombroich in de rug over das Feld naar de Skulpturhalle liepen, zagen we wat op twee grote garagedeuren onder een daktuin leken te zijn waar een modernistische schoorsteen of, wie weet, een mooi vorm gegeven luchtkoker bovenuit stak in plaats van wat ik had verwacht te zullen zien: die gekke fantasie van Thomas Schütte voor een gebouw waarin sinds 2016 zijn museum huist. Volhardend, dus onverdroten verder lopend, bleek het er achter te liggen en het onding dat we net zagen een naderhand aangeplakt bijgebouw is voor de museumbibliotheek en kantoorruimtes voor de conservatoren. Na binnen de potten van Norbert Prangenberg te hebben bekeken, ga ik buiten nog maar eens goed naar het museum zelf kijken om te zien of het een beetje lijkt op de foto die op de omslag van het boekje staat dat ik er net heb gekregen. Daarop is te zien hoe het gebouw op een onnavolgbare manier ontstond: niet achter de tekentafel, want Thomas Schütte is in de eerste plaats beeldhouwer, daarnaast tekenaar, maar absoluut geen architect. Desalniettemin fantaseerde hij over dingen om te bouwen zonder er over na te hoeven denken of dat bouwkundig al dan niet mogelijk zou zijn. Het lukte hem in ieder geval wel om er maquettes bij de vleet van te maken. Van gebouwen die nooit zouden worden gebouwd, totdat..... totdat hij het heft in eigen handen nam met de oprichting van de Thomas Schütte Stifting die hij samen met de architect Lars Klatte tot op vandaag de dag bestuurt. De stichting kocht het stuk grond waarop ze “Schütte's museum” wilden gaan bouwen en dat door de stiftung als volgt wordt omschreven: Dieser simple Vorschlag für einem Bau – eine Streikholzschachtel, auf der ein Kartoffelchip sitzt”. Laat ik maar bekennen alleen maar dankzij dat fotootje op de omslag te begrijpen dat een Streichholzschachtel een lucifersdoosje is en een Kartoffelchip een doodgewone chipje. Hoewel niet zomaar zo'n ordinair onregelmatig chipje dat rommelig verpakt in zakjes in de supermarkt wordt verkocht, maar een stapelchipje met de vorm van een paardenzadel dat keurig opgestapeld in een kartonnen kokertje wordt verkocht. Zoals bijvoorbeeld Pringles, die vrijwel hetzelfde smaken maar door de speciale verpakking stukken duurder zijn. En nee, het “echte” gebouw lijkt slechts vaag op het lucfersdoosje met een stapelchip erop: het heeft de vorm van een ellips gekregen met een dak dat nogal op een surfplank lijkt.

Toevallig gebeurt er maanden na ons bezoek aan de Skulpturenhalle iets dat vast en zeker geen toeval is: Museum de Pont in Tilburg exposeert Schütte's maquettes, beelden en kleurige houtsnedes. De grote expositieruimte is de voormalige productiehal van AaBe, waar ik ooit met klasgenoten, die voor wat toen het textielbrevet heette studeerden, op excursie was. Het was in de tijd dat er daar nog wol werd gesponnen waar ondermeer de bontgekleurde deken is geweven die ik lang geleden uit mijn ouderlijk huis heb meegekregen en waar ik tijdens een kille nacht in het voor- en najaar nog vaak onder kruip. Op de werkvloer, waar tot het faillisement de luidruchtige machines van AaBe stonden, staan nu de door Schútte 1981 voor de tentoonstelling Westkunst in Keulen ontworpen, maar toen wegens geldgebrek niet uitgevoerde Schiff, Bühne und Kiste. Uiteraard meerdere maquettes van de Skulpturenhalle in Hombroich, verrassende maquettes als Holzturm, Ferienhaus für Terroristen en Schutzraum en naast onooglijk spiegelende op Michelin-mannetjes lijkende beelden die hij Große Geister doopte, hangen aan de wanden een aantal werken die mij het meest aanspreken. In de eerste plaats zijn daar de kleurrijke afbeeldingen van een denkbeeldig kasteel die me onmiddellijk mee terugnemen naar de voormalige slavenforten op het Île de Gorée in Senegal en Fort Elmina in Ghana. In de tweede plaats is er Mein Grab, zijn door hem al ruim veertig jaar geleden ontworpen, maar nog niet uitgevoerde, grafmonument, in tegenstelling tot het door Louis Damen ontworpen Opgesloten Gedachten, mijn eigen grafmonument, dat al jaren geduldig in Nijmegen op mij ligt te wachten. En hoewel Schütte's luciferdoosje met die chip erop alles behalve een maquette is, had ik er stiekum toch een beetje op gerekend het in Tilburg te zullen zien. Niet dus. Weer thuis in Frankrijk zat er niets anders op dan lucifers te gaan kopen en stapelchips van Pringles – het woord stond echt op het prijskaartje van Lidl's huismerk - om te kijken of ik Schütte's idee zou kunnen nabootsen. Met een houtgestookte kachel en een open haard zijn er lucifers zat in huis, voor Pringles moest ik veel meer moeite doen en toen deugden de lucifersdoosjes niet: veel te groot. Tot mijn opluchting vond ik op de ouderwetse draag-kandelaar in mijn slaapkamer een klein luciferdoosje van D-Reizen en kon aan de slag. Nadat er zowaar nu een chipje op het luciferdoosje lag, moest dat er ook nog eens à la Schütte worden opgelegd. Dat viel niet mee. Nadat er weet ik niet hoeveel Pringles op de vloer in stukken waren gevallen, lukte het uiteindelijk toch en vond ik mijzelf een met succes afgestudeerde leerling van Thomas Schütte.

slot