|
KUNST OP DE WC – 3 (26042024) Nog altijd op zoek naar de Kunst op de WC lijkt het erop dat ik op de bovenste verdieping van het Jan Cunenmuseum in een bouwmarktje terecht ben gekomen. Op de vloer staan vijf opengeklapte gereedschapskisten die echter niet met hamers, knijptangen, schroevendraaiers, spijkers, pluggen, schroeven en dergelijke zijn gevuld, doch met aarde. Gereedschapskisten die bij de buurtwinkel van Praxis om de hoek van mijn vaderlandse pied-à-terre €32,99 per stuk kosten. Ietsje verder staat tegen de muur wat schuin gestapeld openhaardhout waarvoor in diezelfde winkel €6,49 per zakje moet worden neergelegd en een rijtje van vijf tegen elkaar geschoven werkbankjes, met een onbekende prijs, waarvan de gaten zijn gevuld met meer dan twee meter lange dode boomtakken, staan er op de vloer weckflessen die zijn gevuld met kruiden, as en rook en op een hoog voetstuk aardig wat afgedankte plastic frisdrank- en waterflessen die deels zijn gevuld met “natuurlijk” water uit de omgeving van Bunde, het stadje iets ten noorden van Maastricht waar de kunstenaars wonen. Dat zijn Stefan Cools en Sandra van den Beuken die zowel in het museum als in de museumtuin hun project the Animal Farmacy Garden laten zien, dat een nieuwe kijk beoogt te geven over de relatie tussen kunst, natuur en genezing, waarbij de belevingswereld van dieren – en dus niet die van mensen – centraal staat. Stefan doet daarvoor, met een duimstok of met op maat geknipte stukjes van een rolmaat, onderzoek, in onder andere het Bunderbos op de grens met Vlaanderent, om sporen van de er verblijvende of passerende dieren te meten en aldus een idee te krijgen welke dieren daar de open velden als apotheek hebben gebruikt en, wie weet, nog gebruiken. Om zijn werkwijze te delen met de museumbezoekers hangt aan de wand een eenvoudige installatie van wat kleine op maat geknipte stukken/stukjes duimstok en rolmaat die hij Wildwissels heeft gedoopt. Er omheen wordt op die wand ook het initiatief voor het samenstellen van een Apothekersboek onder de aandacht gebracht: Weegbree helpt tegen jeuk van brandnetels. Een kop kamillethee helpt tegen hoest. We kennen allemaal wel wat “grootmoeders middeltjes”. Toch gaat steeds meer kennis over het landschap en de werkzaamheid van planten verloren. Om de kennis die er nog is vast te houden, stellen we een Apothekersboek samen. Museumbezoekers worden aangemoedigd om een bijdrage te leveren: welke huis-tuin-en-keukenmiddeltjes ken jij die helpen bij zelfgenezing? Met ernaast verschillende tips, zoals boven de vitrine met gebruikte theezakjes: Bij uitwendige aambeien: leg er een gebruikt theezakje op. Hoe je dat zou moeten doen, kan ik mij als fanatiek theedrinker zonder aambeien niet goed voorstellen. Boven de vitrine met 10 ouderwetse sleutels: Draag een grote oude sleutel om je nek, zodat hij tegen je maag bungelt. Dit helpt tegen wagenziekte. Boven de vitrine met twee plastic flessen koolzaadolie, eentje met olijfolie en een ondoorzichtig spuitflesje met weet ik niet wat erin: Bij oorpijn of een verstopt oor: doe er een scheutje olijfolie in. Andere olie kan ook, alleen stookolie wordt afgeraden. Om dat laatste te doen moet je wel een stuk dommer zijn dan het gemiddelde m/v toch? De enige nuttige tips van mijn grootmoeder die ik me herinner zijn dat toen ik last van diarree had, in de Rotterdamse buurt waar mijn ouders kort daarvoor naartoe waren verhuisd werd dat slingerschijt genoemd, er vooral vezelrijk Fries roggebrood – zij kwamen uit Harlingen - moest worden gegeten om het op te laten houden en dat om een bloedneus te stoppen je een koude sleutel in je nek moest houden. Dat was uiteraard in de tijd dat alle sleutels stukken groter was dan tegenwoordig. Aan de andere kant ligt in een vitrine het originele gekromde zwaard van de Vorst van Oss dat ik gelijk herken. Nogt geen half uur geleden bewonderde ik op de rotonde tegenover het museum het erop gebaseerde grote beeld. Het wordt tijdelijk geleend van het Leidse Rijksmuseum voor Oudheden en ligt er behoorlijk klinisch bij. De teksten er omheen lijken stukken zwaarder te wegen dan het unieke historische object dat er is te zien. Maar dat komt misschien omdat ik weet waar ik naar kijk. 't Is wel het duwtje dat nodig is om weer te gaan zoeken naar de Kunst op de WC waarvoor we hier naartoe zijn gekomen. Ten einde raad vraag ik bij de receptie waar de WC kunst is te zien. De charmante vrijwilligster achter de balie kijkt me geamuseerd aan en antwoordt: Op de WC natuurlijk! Wat voel ik me verschrikkelijk lullig! Dus, zonder aandrang te hebben, naar het herentoilet, waar redelijk hoog op de betegelde wand een paar WC-ploppers met korte handgrepen van de Duitse kunstenares Kira Fröse zijn gekleefd. KUNSTWERKE BITTE NICHT ANFASSEN! staat erbij. En dankzij de goede vriendin met wie ik het museum bezoek, weet ik dat het damestoilet er net zo uitziet. Tenslotte ontdekken we samen dat je zo'n ontstopper voor €420 in de museumwinkel kunt kopen. Nee, voorlopig toch nog maar een plopper voor €4,29 van de Praxis om de hoek...... slot |