GEZONKEN - 6 (20082024)

Pas achteraf krijg ik de indruk dat die in het hoge trappenhuis van het Bonnefantenmuseum aan waslijnen opgehangen textiele kunstwerken – met kogelgaten doorzeefde kleding - van de in Libanon geboren en in Amsterdam wonende Mounria Al Solh in Nederland een zomertrend zijn. Want gelijktijdig exposeert de Kosovaarse kunstenares Alketa Xhafa Mripa in het Atrium van het Haagse stadhuis een installatie van 420 aan waslijnen opgehangen kledingstukken van 20 vooral uit Europese en Afrikaanse landen afkomstige vrouwen die tijdens oorlogen in hun thuisland werden verkracht. Hoe ze heeft kunnen vaststellen dat de vrouwen inderdaad zijn verkracht en of ze tijdens hun verkrachting deze kledingstukken aan zouden hebben gehad, is mij niet echt duidelijk geworden. En dan is er in een weiland bij het Drenthse dorp Echten bovendien Kop in de Wind van Antoine Peters te zien. Een project van 50 op deurposten zonder deur lijkende metalen objecten met in ieder aan de korte bovenkant iets dat een douchegordijn zou kunnen zijn, doch met de wind mee bewegende zelfportretten zijn van mensen uit de streek die op een langwerpige lap textiel werden afgedrukt.

Na de dameskleding met keurig afgebiesde kogelgaten die aan de waslijn lijken te hangen om te drogen, is het de hoogste tijd om kennis te gaan maken met de Engelsman Grayson Perry. In de eerste plaats staat in de vrije ruimte een middeleeuws keramisch grafschip dat hij Tombe van de Onbekende Ambachtsman heeft gedoopt, met op het dek een groot Benin koningshoofd en met als zwaard een flinke schelp die me herinnert aan mijn Nigeriaanse werkgever. Het zijn afgietsels die hij maakte van objecten uit de collectie van het British Museum toen hij daar exposeerde. Niet echt mijn ding. Ernaast hangt aan de wand zijn meterslange Walthamstow Tapestry, een textielkunstwerk dat het menselijk leven zou verbeelden. Het is bezaaid met een eindeloze hoeveelheid merken van produkten die men tijdens het leven tegenkomt, Britse merken uiteraard. Herkenbaar omdat ik daar een aantal jaren heb gewoond en gewerkt en tot op de dag van vandaag ben geabonneerd op een Brits dagblad. Het mooiste detail vind ik de naakte vrouw die een gillend kind baart met ernaast een kinderwagen van Woolworth geborduurd en de naam Pampers eronder. In een andere zaal de schilderijen van Helen Verhoeven, de dochter van de Paul Verhoeven die Jan Wolkers' Turks Fruit verfilmde. Net als de film van haar vader zijn die speels seksueel, hetgeen wat mij betreft goed te zien is door wat langer naar de Herbergscène te kijken. 't Is een doek met nogal wat ongeklede mannen en vrouwen, de meeste mannen hebben een stevige erectie en sommige heterosuksuele paren bedrijven op heel verschillende manieren de liefde. Een glas met elkaar drinken en ff bijkletsen? Zonde van je tijd! Hup kleren uit en neuken is toch veel spannender? De diverse werken onder de noemer Church doen er niet voor onder. Wat te denken van de plafondverlichting van omgekeerde kaarsen in de vorm van een penis, die ene nis waarin een blote vrouw staat te douchen of die andere waarin een sneeuwwitte erecte penis – voor vrienden onder ons een stijve lul – in een maanlandschap staat? Of een heel praktische Eva die in het paradijs een kruik koud water over het erecte onderlijf van Adam giet om hem wat af te koelen. Een zelfportret?

De Maasbrug over en via het Vrijthof naar de Capucijnenstraat naar Marres, volgens eigen zeggen het Huis voor Hedendaagse Cultuur. Het is vernoemd naar de brouwersfamilie Marres, de laatste bewoners van het grote ruim 300 jaar oude herenhuis waarin het sinds 1998 is gevestigd. Voor de gelegenheid werd het door de Peruaanse kunstenaar Arturo Kameya heringericht in de geest van toneelschrijver José Ignacio Cabrujas die “de staat” ooit vergeleek met een hotel: een tijdelijke plek waarvan de bewoners geen eigenaar zijn en daarom niet opgeknapt hoeft te worden. Kameya heeft die gedachte zonder enige beperking in beeld mogen brengen. Met andere woorden: voordat hij aan de slag ging, werd alles wat er in de zalen stond of hing verwijderd en kon hij zijn gang gaan. In de eerste de beste zaal heeft de kunstenaar met kleuren en beelden een woestijnachtige sfeer gecreëerd met daarin twee verliefde jonge stellen die op hun geparkeerde brommer heel levensecht aan het tongzoenen zijn. De brommer en die verliefde stellen zijn gemaakt van karton die op de zandgekleurde vloer voor een wandschildering staat en neemt mij mee terug naar de Peruaanse woestijn. Ver weg van priemende ogen wordt hier gedaan wat alleen ver weg van priemde ogen gedaan kan worden. Tegenslag en armoe verbeeldt hij echter ook indringend in een zaal waarin met ouderwets witte badkamertegeltjes minder dan manshoge scheidingsmuurtjes tussen verblijfruimtes – eerder grote open cellen – zijn gebouwd. Kaal zijn die ruimtes, eenzaam de jonge mannen die er verblijven, geen enkele vorm van privacy, zelfmoordneigingen zouden me niet verbazen. Maar.... gelukkig wel met een afbeelding van het Laatste Avondmaal er boven.

PS volgt