|
WIERDEN - 2 (11092024) De stoere houten meerpalen op de havenkade laten zien dat er hier voorheen een stuk zwaardere schepen lagen afgemeerd dan de pleziervaartuigen die er vandaag liggen. Zeker voor de wat oudere Zoutkampers betreft moet dit nog steeds het levende bewijs zijn voor wat destijds de economisch negatieve gevolgen waren van de afsluiting van de Lauwerszee. Iets waar de inwoners zwaar op tegen waren en zich tegen verzetten. Toen Koningin Juliana zich na het afzinken van het laatste caisson in de afsluitdijk van de Lauwerszee op 23 mei 1969 in Zoutkamp op bezoek ging, werd ze alles behalve hartelijk welkom geheten. Hoe ik dat weet? Aan de voet van de dijk staat tegenover de haven iets dat op de boeg van een vissersboot lijkt met de code ZK69. Eerlijk gezegd denk ik als inwoner van Frankrijk bij 69 aan heel andere dingen dan de zeevisserij. ZK zegt me wel wat, dat betekent vast en zeker Zoutkamp, zoals vissersschepen met UK op de boeg uit Urk komen, vissersschepen met SCH op de boeg Scheveningen als thuishaven hebben, TX schepen uit Texel komen, enzovoorts. Het verbaast me om te ontdekken dat het kenteken dat laat zien waar een vissersboot zijn thuishaven heeft zelfs in een in Den Haag gesloten internationaal verdrag is geregeld: Het voeren van een consentnummer, bestaande uit consentletters, gevolgd door een volgnummer, is verplicht volgens de in 1883 ingevoerd voor alle visserijvaartuigen die buiten de territoriale wateren op de Noordzee visten. Met andere woorden ZK zijn de consentletters en 69 is het volgnummer. Geen wonder dat we in ons vaderland – en in de ons omringende landen – migratenarbeid nodig hebben, want degenen die deze ambtelijke Nederlandse taal kunnen lezen, begrijpen en schrijven, hebben het veel te druk met de controle en handhaving ervan en het voortdurend aanpassen van dit soort bureaucratische flauwekul. De ZK69 is de door beeldend kunstenaar Gert Sennema gestileerde boeg van een garnalensloep, een monument dat sinds de onthulling in oktober 2021 de afsluiting van de Lauwerszee ruim 50 jaar eerder herdenkt. Bij het vanaf de straatkant niet zichtbare traliehekje aan de achterkant, krijg je door op een knop te drukken zwart-wit beelden voorgeschoteld die laten zien wat er hier destijds speelde. Inclusief dat de vlag op die dag in Zoutkamp halstok hing, Koningin Juliana die eerder de Lauwerszee op slot had gedaan de rug werd toegekeerd en de negatieve krantenkoppen erover. Want ja, met het verdwijnen van het zoute zeewater kwam er een einde aan de garnalenvisserij dicht bij huis omdat de traditionele Zoutkamper garnalensloepen ongeschikt waren om op de Waddenzee of Noordzee met een duw- of sleepnet garnalen te gaan vangen. De grotere schepen kregen Lauwersoog als thuishaven – consentletters LO – en werden verplicht de ZK op de boeg van hun schip daardoor te vervangen, hetgeen ze weigerden. Na jarenlange protesten en boetes voor degenen die gewoon ZK bleven voeren, werd uiteindelijk in 1982 – 13 jaar na dato!!! - op hoog niveau besloten de strijdbijl te begraven en dat ze als ZK verder mochten. Maar ondanks dat leeft de garnalenindustrie en alles er omheen hier nog volop. De “dikken” voor consumptie bestemde verse garnalen worden gepeld, gewassen en verkocht, de “leutjes of pug”, de ondermaatse garnaaltjes, worden gedroogd en tot veevoer verwerkt. Het is zeer eiwitrijk en onder ander kippen schijnen er dol op te zijn..... Achter de ZK69 staat een ander monument dat naar het verleden verwijst: een gereconstueerde kalkbrandoven. Een herinnering aan het rond 1860 door een lokale ondernemer gebouwd kalkwerk dat uit twee van die ovens bestond Daarvoor werden door schelpenvissers hoofdzakelijk uit de Waddenzee afkomstige schelpen van kokkels en oesters gelost, vervolgens de oven in om er met water als hulpgtrondstof te worden omgezet in gebluste kalk...... Schelpen als grondstof voor gebluste kalk, dat dan geschikt was voor onder andere metselspecie en pleisterwerk. De man van het kalkwerk had al een fabriek voor Portlandcement. Oftewel dit was een goede aanvulling op zijn assortiment van bouwmaterialen en het was een innovatief gebruik van het restafval van de schelpenvissers. Hergebruik/reclycling voordat die woorden een vaste plaats kregen in ons dagelijkse spraakgebruik. Dat was het dan de kennismaking met de provincie Groningen, hoogste tijd om in het een paar kilometer verderop gelegen dorpje Leens de eerste wierde te gaan ontdekken. Het landschap is vlak en groen zodat een wierde – een met mensenhanden gemaakte ophoging - gelijk opvalt omdat er volgens de regels van destijds op het hoogste punt meteen een kerkje verrees. In Leens is dat de ergens in de 12e eeuw gebouwde Sint Petruskerk die, met dank aan de reformatie, een paar honderd jaar later werd omgedoopt tot Petruskerk en in de eeuwen erna herhaaldelijk werd aangepast en uitgebreid. Volgens het bord van de ANWB op de buitenmuur tenminste, want hoewel bij de kerkingang groot KERK OPEN staat, is de kerkdeur op slot. Nou ja, er dan maar wat omheen kijken. In het slecht onderhouden gras liggen een paar vrijwel overgroeide oude grafstenen, aan alle overkanten staan oude huizen. Saai en hopelijk geen voorproefje voor wat er nog gaat komen. wordt vervolgd |