Deze week maar één foto>>>>

DE HERINNERINGEN VAN PEDRO FIGARI (16-09-2002)

Omdat zijn schip, dat van Italië onderweg was naar Buenos Aires, ter hoogte van Montevideo zonk, emigreerde Juan Figari naar Uruguay in plaats van naar Argentinië. Omdat ik in plaats van candomblé, candombe als zoekwoord opgaf, maakte ik eerder dit jaar op het internet kennis met het werk van Juan´s zoon Pedro.

Pedro Figari werd in 1861 aan de rand van Montevideo geboren. Tussen de wijde pampa's en de buitenwijken waar de Afro bevolking van de Uruguayaanse hoofdstad woonde. Later in zijn leven zou hij zijn herinneringen aan beide op enige duizenden kleurige schilderijen afbeelden.

Pedro Figari studeerde rechten, hij werd advocaat en was een zeer verbale tegenstander van de doodstraf. Vervolgens ging hij in de journalistiek en werd parlementslid, hij zou het tot vice-voorzitter van het Huis van Afgevaardigden schoppen. In 1898 deed hij een wetsvoorstel dat het oprichten van een School voor Schone Kunsten tot doel had en in de daarop volgende jaren zouden zijn bemoeienissen met de kunst velerlei zijn: promotor van tentoonstellingen en concoursen, lid van het bestuur van de School voor Schone Kunsten en enige jaren later directeur van dezelfde school. Na zijn afstuderen in 1886 was Figari met schilderlessen begonnen, hij schilderde onregelmatig. Zijn werk werd als ontoegankelijk beschouwd en genegeerd. Op 60 jarige leeftijd, in 1921, besloot Figari radicaal van koers te veranderen. In dat jaar verhuisde hij naar Buenos Aires en begon zich volledig op het schilderen toe te leggen.

Hij schilderde impressionistische landschappen, die door hun kleuren en compositie aan Vincent van Gogh doen denken. Maar het zijn vooral de schilderijen die het dagelijks leven van de in Montevideo levende nazaten van Afrikaanse slaven als onderwerp hadden, die hem beroemd zouden maken. Het zijn kleurrijke olieverf op hardboard schilderijen van sociale bijeenkomsten zoals trouwerijen (zie boven), de zondagse gang naar de kerk, processies en begrafenissen. Met afstand de mooiste zijn de "candombe" schilderijen met als thema Afro-Uruguayanen die in de parken en straten van Montevideo op het ritme van de candombetrommels dansen. Figari's penseelvoering zorgde ervoor dat de schilderijen een en al beweging uitdrukken en dat het ritme van de drums bijna voelbaar is, Afrikaanser kan het haast niet. Dit ontdekte ik een paar maanden geleden op de Kunstbeurs van Buenos Aires, waar een aantal Figari's te koop werd aangeboden en waar ik zijn werk voor het eerst van nabij kon bewonderen. Figari schilderde in de 15 jaar die hij als kunstschilder actief was naar schatting 4.000 schilderijen oftewel bijna één per dag! Alsof hij de voor de schilderkunst verloren eerste zestig jaren van zijn leven aan het inhalen was.

Het hiernaast afgebeelde schilderij van Figari was op de Kunstbeurs te koop. Achteloos informeerde ik naar de prijs "160.000 Dollar" was de net zo achteloze reactie. Toen ik daarop zuinigjes "nou, nou" zei, werd mij uitgelegd dat er op dit doek erg veel personen stonden afgebeeld, vandaar. Vlug geteld 5.000 Dollar per hoofd. Even moest ik aan mijn oude en te jong overleden buurman Harry Hak denken. Toen die eens naar een net door ons gekocht schilderij kwam kijken, vroeg hij wat we ervoor hadden betaald en berekende vervolgens hardop de kostprijs per vierkante meter en de winstmarge. In zijn hakkenbar was het minder.

"Voor negers moet je in Uruguay zijn" is mij in Buenos Aires al meer dan eens verteld. De schilderijen van Figari suggereren dat er in Montevideo ooit een levendige Afro gemeenschap woonde. Tijdens een kort werkbezoek wil ik dus Afrikanen zien. Mijn gastheer biedt aan na het werk door Palermo te rijden, een oude wijk waar de meeste Afro-Uruguayanen zouden wonen. Het zit niet mee, er waait een koude wind en de straten zijn uitgestorven. De straatverlichting is niet al te best en van de weinige mensen die buiten lopen is de huidskleur niet te onderscheiden. Ik ben teleurgesteld, maar blijk op de verkeerde dag en in de verkeerde maand op bezoek te zijn. De candombedrummers paraderen op zondagmiddag en het grote candombefestival is in februari, dan wordt er een weeklang gedrumd en gedanst. De volgende dag, nu met daglicht, zie ik weer geen Afrikanen op straat en vraag me af of Figari's candombe schilderijen soms als illustraties voor een sprookjesboek waren bedoeld. Mijn speurtocht naar Afrikaanse sporen op beide oevers van de Rio de la Plata wordt noodgedwongen, maar zonder enige tegenzin, vervolgd.


© Jacques de Rhoter



© foto's Jacques de Rhoter

Printversie

  meer over Argentijnse Kunst
  Festival van het licht
  Op glad ijs
  Schilders van de arbeid
  De bijl erin
  Kunst uit de petoet
  Grachtengordel
  Streepjeskode
  Het circus van Madame Justine
  Gallery Nights
  Fiesta Urbana
  Kunstbloemen
  Een heel andere Ferrari
  Kunst of een kunstje?
  Huisvlijt
  Provinciaals
  Over Borges, Cortázar en ....
  Mosterd
  Pipo Koeie!
  Slaapkamerkunst
  Toren van Babel
  Vliegende boeken
  Het oog van de meester
  Salonfähig?