|
DE SCHILDERS VAN DE ARBEID (03-08-2002)
Hoewel ik zijn schilderijen al meerdere
malen op foto's had gezien, stond ik een
paar weken geleden op de ArteBA2002, de
kunstbeurs van Buenos Aires, voor het eerst
oog in oog met het imposante en zeer herkenbare
werk van de Argentijnse kunstschilder Benito
Quinquela Martín (1890 - 1977). Zijn
werk boeit me. Het roept herinneringen op
aan de Rotterdamse haven uit mijn tienerjaren
en aan Herman Heyenbrock (1871 - 1948),
in Nederland beter bekend als de "schilder
van de arbeid."
Mijn kennismaking met Heyenbrock dateert
uit ongeveer 1985 toen ik op een rommelmarkt
in Den Briel een houtskooltekening in een
flink beschadigde zilvergrijze lijst kocht.
Een blad uit een schetsboek met daarop een
landschap met een mijnschacht. Bij vrienden
in Brussel vond ik kort daarna een boek
over Herman Heyenbrock en kwam daarin een
verwijzing naar mijn tekening tegen. "Na
een reis met Jan de Waardt naar de Borinage
werden later nog diverse mijnen bezocht.
In het bizonder de primitieve toestand in
het Belgische kolengebied was voor de maatschappij-kritisch
ingestelde kunstenaars in die tijd een gezocht
onderwerp." Mijn houtskooltekening
is van Jan de Waardt, wellicht gemaakt toen
hij samen met zijn vriend Heyenbrock in
1898 door de Borinage trok.
Op verlof in Nederland in het begin van
de jaren negentig kocht ik bij Vlisco in
Helmond de in Afrika zeer populaire Dutch
Wax, de met fel gekleurde decoraties bedrukte
katoenen stoffen, en maakte van de gelegenheid
gebruik om bij het Gemeentemuseum langs
te gaan. Daar zag ik de mooiste collectie
Heyenbrocks die Nederland rijk is. Het werk
sprak me aan door zowel het onderwerp als
de kleurstelling en onbewust misschien ook
wel omdat het calvinistische dogma "in
het zweet des aanschijns zult gij uw brood
verdienen" op zo'n mooie manier werd
verbeeld.
Destijds Heyenbrock, nu Quinquela Martín
één der groten van de Argentijnse
schilderkunst. Quinquela was een vondeling.
Op 7 jarige leeftijd kwam hij door puur
toeval in de havenwijk La Boca terecht toen
hij werd geadopteerd door een "carbonereo"
een kolenboer met een bijbaan als sjouwer
in toentertijd de drukste haven van Buenos
Aires. Hij zou de rest van zijn leven in
La Boca blijven wonen en werken en wat hij
daar zag en beleefde zou zijn inspiratiebron
vormen. Zwoegende havenarbeiders, het va
et vient van de schepen, ongelukken en branden,
scheepswerven, de karakteristieke hefbrug
en de bouw van de nieuwe brug. Dat alles
zou hij vele malen en op verschillende manieren
vastleggen.
Het kwam hem niet aangewaaid. Zijn ouders
waren arm en na slechts drie jaar lagere
school moest hij noodgedwongen in de kolenhandel
komen helpen. Een paar jaar later zou zijn
vader hem meenemen naar de haven om daar
als sjouwer aan de slag te gaan.
Op 17 jarige leeftijd begon Quiquela in
zijn vrije tijd teken- en schilderlessen
te nemen. Na twee jaar later om gezondheidsredenen
een half jaar op het platteland van de provincie
Córdoba te hebben gewoond, richtte
hij bij zijn terugkeer in La Boca boven
de kolenhandel zijn eerste atelier in. Hij
leidde een driedubbelleven: dat van sjouwer
in de haven, van student en van beginnend
kunstenaar. In 1918 kreeg hij voor het eerst
een eenmanstentoonstelling en zijn werk
werd besproken in verschillende dagbladen.
Quinquela begon naam te maken in Buenos
Aires. Van zijn eerste verdiensten kocht
hij voor zijn ouders het pand waarin zij
woonden en waarin hun kolenhandel was gevestigd.
Zijn internationale doorbraak volgde al
snel. Tussen 1920 en 1930 exposeerde Quinquela
in Rio de Janeiro, Madrid, Parijs, New York,
Rome en tenslotte in Londen. Op aandringen
van zijn moeder bleef hij daarna in Argentinië
en zou nooit meer in het buitenland exposeren.
Quinquela werkte snel en verkocht veel en
werd financieel zeer onafhankelijk. Een
deel van dit geld zou hij gebruiken om educatieve-
en sociale projecten in La Boca van de grond
te krijgen. Projecten die tot op de dag
van vandaag functioneren en zeer herkenbaar
zijn. Alle gebouwen liggen vlak bij elkaar
en zijn beschilderd met de karakteristieke
kleuren van La Boca: licht geel, rose, licht
groen en licht blauw.
La Boca lijkt in veel opzichten op Rotterdam.
Zo is daar bijvoorbeeld de oude hefbrug,
die niet werd gesloopt toen er een nieuwe
hogere brug werd gebouwd, maar die is blijven
staan als monument, net zoals "de Hef"
in Rotterdam. De haven, midden in de woonwijk,
heeft zijn functie verloren, de scheepvaart
en de meeste industrie zijn vertrokken naar
industrieterreinen dichter bij de Rio de
la Plata. Net zoals in Rotterdam veel van
de havenactiviteiten zijn verdwenen uit
de havens die in de 19e eeuw dicht bij de
stad werden gegraven. Quinquela schilderde
een haven die erg op de oude haven van Rotterdam
lijkt, zware lichamelijke arbeid, de scheepswerven,
het vuil van de industrie en de stoomboten.
Wie herinnert zich nog de graanelevatoren
en de bananenboten in de Maashaven zonder
het lelijke Metroviaduct? De Spoorweghaven
en de Entrepothaven met schepen en zonder
huizen? De kolenboten en de Marinebasis
van de Waalhaven? De drukte van de vracht-
en passagiersschepen van de Holland Amerika
Lijn aan de Wilhelminakade? De Willem Ruys
bij de Rotterdamsche Lloyd? De schilderijen
van Quinquela roepen bij mij honderden herinneringen
aan Rotterdam op.
De laatste vijfendertg werkzame jaren van
zijn leven had Quinquela een atelierwoning
op de bovenste verdieping van één
van zijn sociale projecten, de museumschool
Pedro de Mendoza. Quinquela kocht het terrein
aan en schonk het aan de gemeente Buenos
Aires onder de voorwaarde dat er een school
zou worden gebouwd waarvan de bovenste twee
vediepingen respectievelijk als museum en
atelierwoning zouden moeten gaan dienen.
Op zaterdagmorgen bezoeken wij Quinquela's
laatste atelier, dat na zijn dood een onderdeel
van het Museum voor Schone Kunsten van La
Boca werd.
De eerste verdieping van het Museum is
een grote teleurstelling. Interessant is
de expositie van houten boegbeelden van
vissersschepen in een zijzaal, een echte
primeur. De haast mechanisch en met grote
precisie geschilderde zee- en strandgezichten
in de grote zaal heb ik in minder dan een
minuut gezien. Ze zijn nauwelijks de moeite
waard. Datzelfde geldt voor de doeken en
kleine beelden uit de vaste collectie in
twee andere zalen. Een kleine zijzaal met
een tiental werken van kunstschilders uit
de "School van La Boca" heeft
als pronkstuk, een mooi uitgelicht blauw
havengezicht van Quinquela. Het doet naar
meer verlangen, dat"meer" zullen
we op de bovenste verdieping ontdekken.
Dit is de verdieping met de eenvoudige
atelierwoning van Quinquela, die me doet
denken aan de studio van de Braziliaanse
architect Oscar Niemeyer in Copacabana,
waar ik de bejaarde meester twee dagen voor
onze verhuizing uit Rio de Janeiro ontmoette.
Spartaans ingericht, maar met een alles
vergoedend uitzicht over het strand en de
Avenida Atlantica. Het atelier in La Boca
heeft een zelfde lange vergadertafel, dezelfde
eenvoudige maar functionele fauteuils, dezelfde
ronde erker, hetzelfde ruime uitzicht. Niemeyer
tekende met een zwarte viltstift op de witte
muren van zijn atelier, op de muren in La
Boca hangen kleurrijke schilderijen van
Quinquela. Ze zijn thematisch gehangen.
In de zitkamer, de grote in heldere kleuren
uitgevoerde havengezichten en de in "La
Boca kleuren" geschilderde vleugel
Op de muziekstandaard penseelde de meester
een havengezicht. In een zijkamer werk uit
de jaren vijftig. Vergane glorie, scheepswrakken
waarin jonge bomen groeien, een symbool
van het leven na de
dood? Zijn simpeltjes ingerichte slaapkamer,
een kamertje met foto's waarvan de foto
samen met zijn naamgenoot Benito Mussolini
opvalt en een kamertje met sobere etsen.
De mooiste kamer is Quinquela's oude atelier,
de kamer van het vuur. Een ijzergieterij,
de zon die als een vuurbal ondergaat, brandende
schepen, oliebranden in de haven, zwervers
die zich warmen aan het houtvuur in een
ton. De gelijkenis is frappant, ver van
huis ontmoet ik Heyenbrock opnieuw. Omdat
de kamer is geblindeerd, lijkt het wel of
er vonken van de schilderijen afspatten.
Ik krijg het er warm van.
Op het dak van het Museum is een beeldentuin
en een Mirador, een hooggelegen terras.
Je hebt er een mooi uitzicht over La Boca,
de verzandende lege haven en de wegroestende
hefbrug. De rokende fabrieksschoorstenen
die vaak op de achtergrond van de havengezichten
van Quinquela´s etsen en schilderijen
figureren, zijn inmiddels gesloopt of uit
het zicht verdwenen door de hoge flatgebouwen
die vlakbij zijn gebouwd. Vanuit La Boca
klinken er flarden tangomuziek op.
Heyenbrock en Quinquela leefden meer dan
10.000 kilometer bij elkaar vandaan en hebben
elkaar bij mijn weten nooit ontmoet. Dat
zij verwante zielen waren, staat voor rmij
zonder meer vast. De schilders van de arbeid,
de schilders van het zwoegen en het harde
leven. Fascinerende schilderijen om steeds
opnieuw te gaan bewonderen.
Het werk van Benito Quinquela Martín,
dat in het bezit is van het Museum voor
Schone Kunsten van La Boca, is te zien op
www.buenosaires.esc.edu.ar/educacion/museo_quinquela/oleos.asp
(schilderijen) en op aguafuertes.asp (etsen)
en op murales.asp (muurschilderingen). Bekijk
het en geniet ervan!
|