|
DE PIAZZOLLA PELGRIMAGE (15-04-2003)
Met "Le Grand Tango" de biografie
van Piazzolla in de hand ga ik naar het
tangorecitel waarmee de 82ste geboortedag
van de meester zal worden herdacht. Van
vorige gelegenheden weet ik vrijwel zeker
dat de laatste mevrouw Piazzolla, Laura
Escalada, de avond zal presenteren en ik
wil haar vragen om het boek te signeren.
De zaal is verre van vol. Een bewijs dat
Piazzolla hier inderdaad nooit zo erg populair
is geweest? "Astor ik weet dat je vanavond
bij ons bent" klinkt van achter uit
de zaal. Mevrouw Piazzolla kondigt haar
aanwezigheid aan met een wandeling van de
ingang naar het podium. "Je zit daar
boven vast te componeren of te musiceren.
Dank voor alle mooie muziek die je ons hebt
nagelaten!"
Er worden vanzelfsprekend uitsluitend Piazzolla
composities gespeeld en zijn favoriete "stem"
Raoul Lavié zingt. De nummers worden
routinematig afgewerkt, de stem van "El
Negro" Lavié, zo genoemd omdat
zijn grijze haren vroeger gitzwart moeten
zijn geweest, wordt veel te zwaar versterkt.
Verschrikkelijk. In het begin van de jaren
70 woonde ik in het Londense Palladium een
concert bij van Neil Diamond, dat was bijna
net zo erg. De veel te grote luidsprekers
versterkten de stem van Neil zodanig, dat
we bijna doof naar huis gingen. Daarna heb
ik nooit meer naar zijn platen willen luisteren.
Piazzolla krijgt een herkansing, die heeft
het toch al zo weinig fans in de Buenos
Aires.
Even later heb ik echter alle reden om
vergevingsgezind te zijn. Na afloop biedt
een sponsor in het foyer een glas wijn aan,
ik loer op de gelegenheid om Laura Escalada
te spreken. Hiervoor moet ik zowel de uitgang
van de zaal als de artiestenuitgang in de
gaten houden. Terwijl de musici een voor
een de uit zaal komen lopen, neemt mevrouw
Piazzolla de artiestenuitgang, gelukkig
wordt ze door een echtpaar staande gehouden.
Ik loop er snel naar toe en ga opvallend
staan wachten. Ze ziet me en komt naar me
toe. Ik stel mezelf voor en vraag om haar
handtekening. Ze wil dat best doen maar
heeft geen pen. Ik had daar op gerekend
en haal er een uit mijn zak. "Jacques,
gracias por estar in Buenos Aires. La ciudad
de Astor!!! - Jacques, dank dat je in
Buenos Aires bent. De stad van Astor!!!"
schrijft ze in het boek. Ik bedank haar
hartelijk, waarop zij mij omhelst en op
beide wangen kust. Zo wordt een middelmatige
avond een onvergetelijk avond en word ik
extra gemotiveerd om een paar dagen later
nu eindelijk eens mijn Piazzolla Pelgrimage
door de stad van Astor te gaan maken.
Piazzolla's biografie is één
van de duurste en vermoeiendste biografieën
die ik ooit heb gelezen. Dat "dure"
zit hem niet alleen in het aanschaffen van
het boek en dat "vermoeiendste"
niet alleen in het lezen ervan. Verwijzingen
in het boek naar muziek "dwingen"
mij een paar keer om de CD's die erbij horen
te gaan kopen bij de "disqueria - de
platenzaak" om de hoek. Over muziek
lezen vind ik saai, ik wil luisteren naar
waarover wordt geschreven. Koffie gaan drinken
waar Piazzolla koffie dronk, hoort er ook
bij. Net zoals het eten in een restaurant
waar hij graag kwam. Dat maakte de biografie
duur. Het begon pas vermoeiend te worden
toen ik ontdekte dat wij in Buenos Aires
zo'n beetje in het episch centrum wonen
van veel van de straten waar Astor ooit
heeft gewoond en de plaatsen waar hij optrad.
Steeds weer als ik in het boek een adres
in de buurt tegenkwam, liep ik daar even
naar toe om te kijken wat voor soort huis
het was en om te zien of er soms een "homenaje
- een gedenkplaat" aan de gevel was
geschroefd. Vaak waren het vergeefse zoektochten
omdat de oude tangocafé´s en
clubs niet meer bestaan of misschien nog
wel bestaan maar nu een andere naam hebben.
In tegenstelling tot de huisadressen, is
de biograaf niet al te gul met de adressen
van deze gelegenheden.
De VVV van de stad Buenos Aires organiseerde
tijdens de vorige Argentijnse winter wandelingen
"in de voetsporen van
.."
door de stad. In de voetsporen van Jorge
Luis Borges bijvoorbeeld of van Evita Perón.
Piazzolla hoort wat de VVV betreft in dit
rijtje niet thuis. Op de huizen waar hij
heeft gewoond geen bronzen platen die daar
aan herinneren. Het lijkt wel alsof de sporen
van Piazzolla bewust zijn uitgewist. Uit
de biografie en uit gesprekken die ik met
taxichauffeurs en collega's voer, komt Piazzolla
naar voren als een profeet die in eigen
land absoluut niet werd geëerd. Gevierd
in het buitenland, controversieel in Argentinië.
"Hij heeft de traditionele tango om
zeep geholpen!" reageert een taxichauffeur
bitter.
Tijdens mijn zoektochten naar de sporen
van Piazzolla komt het idee bij mij op om
dan zelf maar een "In de voetsporen
van Astor Piazzolla" wandeling samen
te stellen. Of beter nog een "Piazzolla
Pelgrimage." Waar begin je met zoiets
en hoe ga je verder? Keurig in chronologische
volgorde of mag je af en toe de weg en de
tijd afsnijden? Moet je echt alle huizen
opzoeken of mag je hier en daar wat overslaan?
In eerste instantie besluit ik dat het praktisch
chronologisch moet zijn en in een ochtend
of een middag moet zijn te wandelen. De
huizen die het verst weg liggen mogen worden
overgeslagen, die zijn haast niet aan te
lopen. Maar al doende verander ik van gedachten.
Voor het geval ik puristische navolgers
zou krijgen toch maar een combinatie van
openbaar vervoer en wandelen langs alle
huizen. De Pelgrimage moet zeker bij het
begin beginnen, bij het pension waar hij
bij zijn aankomst in Buenos Aires een kamer
huurde en zeker eindigen bij het laatste
appartement waar hij heeft gewoond. Het
zou me uiteindelijk zelfs lukken om de hele
wandeling, op een uitzondering na, in chronologische
volgorde te maken.
Piazzolla werd op 11maart 1921 in Mar del
Plata geboren. In 1939 zou hij als jong
musicus naar Buenos Aires trekken en in
het Pension Alegría aan de Calle
Sarmiento 1419 gaan wonen. Mijn pelgrimage
begint op de Plaza San Martín. Niet
alleen omdat wij daar wonen, maar omdat
de "in de voetsporen van
."
excursies van de VVV er ook begonnen. Vanaf
ons huis naar Sarmiento is een wandeling
van minder dan een half uur. Niets aan het
gebouw herinnert eraan dat Piazzolla er
ooit woonde. Het pension bestaat niet meer,
het pand huisvest nu appartementen in plaats
van goedkope pensionkamers die bovendien
moesten gedeeld. Het adres is op loopafstand
van de Avenida Corrientes waar de theaters,
de platenstudios en de tangobars waren.
Maar ook op nog geen 100 meter van de "Societa
Italiani - Unione Operai" een vervallen
fraai geornamenteerd gebouw waarin voorheen
een van de grotere Italiaanse verenigingen
in Buenos Aires was gevestigd. Piazzolla
had Italiaanse voorouders. Naderhand valt
het me op dat Piazzolla vaker in de buurt
van "Italiaanse gebouwen" zou
wonen, hoogst waarschijnlijk geheel onbewust.
Van de Calle Sarmiento loop ik één
straat terug naar de Avenida Corrientes
om te beginnen aan de lange wandeling naar
de Calle Urquiza 41, in de wijk achter het
station van Once. Corrientes wordt ook wel
het Broadway van Buenos Aires genoemd, overdag
ziet de Avenida er echter weinig glamourachtig
uit. Na de Avenida Callao te zijn overgestoken,
staan er bomen langs de straat en ziet Corrientes
er wat vriendelijker uit. Hoe dichter ik
bij Once komt, hoe drukker het wordt. De
winkels zijn hier een stuk goedkoper en
de mensen zo te zien een stuk minder draagkrachtig
dan in de buurt waar wij wonen, maar het
is er ook een heel stuk levendiger en gezelliger.
Bij de Avenida Pueyrredón sla ik
links af, loop door tot aan de Avenida Rivadavia
en sla daar rechts af. De Calle Urquiza
ligt een paar honderd verderop aan de linkerkant
en is gemakkelijk te herkennen aan het grote
benzinestation op de hoek. De ouders van
Piazzolla, Nonino en Nonina, huurden een
appartement in dit gebouw met het uiterlijk
van een ziekenhuis. Het is niet al te ver
van het huis van Astor's eerste grote liefde
Dedé Wolff.
De ouders van Dedé woonden aan de
Avenida Jujuy 743 in de wijk San Cristobal.
De wandeling van Urquiza naar Jujuy, voor
mijn gevoel echt in de voetsporen van Piazzola,
duurt ongeveer een kwartier. Het huis heeft
een ingang met drie deuren en drie huisnummers
741, 743 en 745. Ik vermoed dat het appartement
waarin de familie Wolff woonde ergens op
de eerste verdieping was. Op een van de
keren dat ik er voorbij wandel, doet net
iemand de deur van 745 open en zie ik een
hoog oplopende trap, die zo te zien naar
de bovenste verdieping gaat. Ergens in dit
gebouw vroeg Piazzolla in 1941 zijn eerste
vrouw ten huwelijk. Dat wil zeggen, hij
vroeg het niet aan haar, hij vroeg het aan
haar vader. Zo ging het toen kennelijk.
Op de gevel van het huis is met een sjabloon
de naam van de punkgroep "ANTIZ"
gespoten. Niets herinnert aan Astor of Dedé.
Hoewel, sinds de vorige keer dat ik hier
voorbij liep, heeft een andere pelgrim (?)
naast "ANTIZ" het woord "TANGO"
op de muur geschreven. Even honderd meter
verderop, op de kruising met de Calle Estados
Unidos, ligt het huis waarin Astor en Dedé
na hun huwelijk in 1942 een appartement
zouden huren. Jujuy 895 is zo'n pand van
dertien in een dozijn, de beginnende musicus
kon zich gewoon niets anders veroorloven.
Op dit punt moet er worden besloten terug
te wandelen naar het centrum van de stad
of toch maar door te gaan naar het een stuk
verder weg gelegen Chacabuco Park, waar
de Piazzollas vervolgens zouden gaan wonen.
Ik besluit door te gaan, maar met de Subte,
de ondergrondse. Het station Jujuy is niet
al te ver weg, op de kruising met de Avenida
San Juan. Een minuut of twintig later stap
ik uit op het station Medalla Milagrosa
en loop via de Avenida Eva Perón
naar de Avenida Asamblea 1276, waar de familie
Piazzolla van 1945 tot 1958 woonde. Toen
zij verhuisden was de ondergrondse lijn
nog niet gebouwd, net zo min als de snelweg
die op hoge betonnen pijlers over een deel
van het park werd heen gebouwd. De Avenida
Perón heette ook nog anders, de Peróns
kwamen pas in 1946 aan de macht. Piazzolla
had niet veel op met het Peronisme en zou
zelfs gebrouilleerd raken met zijn dochter
Diana, die het fel aanhing. Later in zijn
leven zou hij wat bijdraaien en wilde hij
een musical over het leven van Evita gaan
schrijven. Hij voelde zich behoorlijk afgezeken
toen hij zijn plannen in Londen ging bespreken
en hem werd verteld dat Andrew Lloyd Webber
en Tim Rice hem al voor waren geweest.
Aan de rand van het park en in de schaduw
van het betonnen viaduct van de autosnelweg
25 de Mayo, die het centrum van de stad
met het internationale vliegveld Ezeiza
verbindt, staat de kerk van Nuestra Señora
de la Medalla Milagrosa. Al de jaren dat
Piazzolla vrijwel in de schaduw van de kerk
woonde, heeft hij nooit kunnen vermoeden
dat hij en zijn tweede vrouw Laura tientallen
jaren later devote aanhangers van de Maagd
van de Miraculeuze Medaille zouden worden.
De kerk werd een jaar of zestig geleden
ingewijd en is beroemd vanwege de gebrandschilderde
ramen.Het is geen grote kerk en het gebouw
is ook geen architectonisch wonder. Het
is er niet druk als ik er op een vrijdag
tegen twaalven naar binnen loop, door de
kerk verspreid zijn hooguit vijftien gelovigen
aan het mediteren of aan het bidden. "Geef
in plaats van bloemen of kaarsen liever
levensmiddelen" staat er naast de beeltenis
van Nuestra Señora. Niemand, behalve
ik, gaat de kerk uit zonder even de grote
teen van het beeld van Jezus aan het kruis
te hebben gekust. Veel gelovigen bidden
stil voor zich uit bij het beeld van San
Cayetano, de heilige die voor werk schijnt
te kunnen zorgen. Ik heb werk en kan dit
ritueel dus zonder verdere consequenties
overslaan.
Het charmante huis staat er nog! Veel van
de huizen van het type waarin de Piazzollas
hebben gewoond, zijn in de loop der jaren
gesloopt en vervangen door fantasieloze
hoogbouw. Het huis van drie verdiepingen
op nummer 1276 ligt in maart 2003 ingeklemd
tussen twee van deze oerlelijke gebouwen.
Aan de overkant van de straat ligt het honderd
jaar oude Chacabuco Park, ontworpen door
de Franse landschapsarchitect Carlos Thays.
Grote delen van het park hebben het inmiddels
moeten afleggen tegen de "moderne tijd."
Tegenover het huis is een lagere school
gebouwd, het Natatorio Municipal, het gemeentelijk
zwembad, bestaat duidelijk al langer, het
viaduct van de snelweg is ronduit een schandalige
betonnen kolos die het hele park ontsiert.
In veel andere landen had zoiets nooit gebouwd
mogen worden of hadden de buurtbewoners
dat voorkomen. Nog meer scholen en andere
buurtvoorzieningen hebben andere stukken
park opgeslokt. De imposante fontein werk
niet meer, maar er wordt aan gewerkt. Ik
loop dwars door het park naar het station
Emilio Mitri om met de ondergrondse terug
in de richting van het centrum te gaan
Het station Entre Rios is acht stations
dichterbij het centrum en niet al te ver
van het appartement op de hoek van de Avenida
Entre Rios en de Calle Venezuela. Volgens
de biografie brachten de Piazzollas daar
de gelukkigste jaren van leven door. Het
huis op 505 ligt er vorstelijk bij. Vanaf
de bovenste verdieping moet de familie een
mooi uitzicht over de stad en het vlakbij
gelegen Congres, het parlementsgebouw, hebben
gehad. Wederom geen enkel spoor dat er tussen
1962 en 1966 een beroemdheid heeft gewoond.
Op een zondag in februari toen ik voorbij
het gebouw liep, werd er toepasselijk, maar
onbedoeld, op een reclamezuil voor de deur
wel "Lo mejor del Tango - het Beste
van de Tango" aangekondigd, zij het
dat dit andere artiesten betrof. Van het
station naar het huis van Piazzolla kom
ik op de hoek met de Avenida Independencia
langs het Grand Café Carlos Gardel,
de legendarische tangozanger, en langs de
hoofdkwartieren van een aantal in Argentinië
linkse politieke splinterpartijen. Op de
voorgevel van het gebouw van de Communistische
Partij, jawel die bestaat hier nog, is een
felle aanklacht tegen het Amerikaanse optreden
in Irak geschilderd.
Er moet weer worden gekozen tussen twee
mogelijke voortzettingen van de pelgrimage.
Vanaf het Congres met de ondergrondse naar
het volgende, noodgedwongen, tijdelijke
"huis" van Piazzolla in het stadsdeel
Retiro? Of, hoewel het een stevige stuk
wandelen is, dit hotel overslaan en naar
de meer logisch gelegen huizen aan de Calle
Libertad en Carlos Pellegrini lopen? Het
wordt de subte naar het station San Martín,
vlak naast ons huis. Op minder dan tien
minuten lopen ligt de Calle Tres Sargentos
en het hotel met dezelfde naam. In 1966
zou Piazzolla zijn gezin en de mooie flat
in Entre Rios verlaten en kortstondig zijn
intrek in dit hotel nemen. Het hotel, dat
zichzelf slechts twee sterren heeft toebedacht,
ziet er niet bijster aantrekkelijk uit,
maar welk hotel in deze categorie doet dat
eigenlijk wel?
Als Piazzolla een kamer aan de straatkant
heeft gehad, dan heeft hij uitgekeken op
een gebouw dat er een stuk aardiger uitziet.
Het is de "USINA IV - TRES SARGENTOS"
een transformatorstation van de inmiddels
niet meer bestaande CIAE - Compañia
Italo Argentina de Electricidad. Het is
een mooi voorbeeld van de industriële
architectuur waarvan in Buenos Aires zoveel
meer te zien is. Het gebouw heeft een kasteelachtige
toren waarop een zonnewijzer de tijd aangeeft.
Geen vertrouwen in eigen kunnen en daarom
geen elektrisch uurwerk geïnstalleerd?
Het is zo te zien niet meer in gebruik en
is aan het verslonzen. Veel ramen staan
half of helemaal open, de mooie glas in
lood bovenlichten tonen de welvaart van
vroeger. Te pas en te onpas zijn in de gevel
de initialen van het bedrijf aangebracht.
Terecht bleef Pizzolla niet al te lang in
het hotel hangen, hij vond een flat op de
zesde verdieping van Carlos Pellegrini 979,
ongeveer een kilometer verderop. Via de
Calle Paraguay loop ik er naar toe.
Een paar straten voor Carlos Pellegrini
kruis ik de Calle Maipú en dat is
een straat die waard is om even bij stil
te staan. Vanuit ons slaapkamerraam, aan
de achterkant van ons appartement, kijken
we tegen de achterkant van de huizen van
Maipú aan. Op nog geen vijftig meter
van onze voordeur, is de voordeur van het
gebouw waarin Jorge Luis Borges een flink
deel van zijn leven heeft gewoond. Een gedenkplaat
houdt die herinnering levend. Borges en
Piazzolla probeerden samen te werken, maar
het liep gierend uit de klauw. Borges vond
Piazzolla uiteindelijk een klojo en dit
ging zelfs zo ver dat de erven Borges na
de dood van de schrijver Piazzolla verboden
zijn teksten te gebruiken. Maar goed dat
zou pas later zijn. De heren ontmoetten
elkaar in de Confitería St. James.
Ik loop vrijwel dagelijks van mijn werk
naar huis via Maipú, maar zal de
Confitería St. James niet ontdekken.
Wat ook niet meer is, is de Marabú
een van de tangobars waar Piazzolla met
het orkest van Anibal Troilo, zijn eerste
werkgever in Buenos Aires, moet hebben opgetreden.
Veel gedenkplaten op de buitenmuur, maar
niets herinnert aan het begin van de loopbaan
van Piazzolla. Op de hoek van Maipú
en Tucumán ligt de Club 676 aan de
ene kant en twee straten verder het geboortehuis
van Borges. Club 676 bestaat ook al niet
meer. Tucumán 676 is een absoluut
onooglijk gebouw waar Piazzolla eindelijk
met succes zou optreden, zij het voor een
klein publiek dat kwam om naar tango te
luisteren en niet om tango te dansen. In
het geboortehuis van Borges zijn nu de YWCA
- de Christelijke Jonge Vrouwen Vereniging
en een theater gevestigd.
Carlos Pellegrini 979 is een lelijke lichtblauw
geverfde flat die over de brede Avenida
9 de Julio uitkijkt. "De breedste boulevard
ter wereld" volgens de Porteños.
De boulevard bestaat in werkelijkheid uit
drie straten, Carlos Pellegrini, 9 de Julio
en Cerruti. De eerste en de laatste zijn
feitelijk de ventwegen aan beide zijden
van de boulevard. Vanuit zijn flat op de
zesde verdieping heeft Piazzolla ongetwijfeld
af en toe gekeken naar de flat aan de overkant
waar hij en zijn gezin tussen 1960 en 1962
hebben gewoond. Op de negende verdieping
van de Calle Libertad 942. Ik steek de boulevard
over naar het parkje aan de andere kant.
Links het Italiaanse Consulaat en het Italiaanse
Culturele Centrum. De flat ligt boven de
winkels van de Galeria Las Victorias en
heeft een mooi uitzicht. Dit is de enige
keer dat de pelgrimage terug in de tijd
gaat, de rest van de voettocht zal weer
in chronologische volgorde worden afgelegd.
De volgende flat waar Piazzolla ruim een
jaar later, in 1967, zou gaan wonen ligt
aan de Avenida del Libertador. De makkelijkste
manier om daar naar toe te lopen is vanaf
Libertad links af te slaan en dan de Calle
Marcelo T. de Alvear te volgen tot aan de
Avenida Callao. Daar rechts afslaan en Callao
helemaal aflopen tot je niet meer verder
kunt. Dat is Libertador. In Buenos Aires
gebruik je de woorden "calle"
en "avenida" vrijwel nooit, behalve
als er zowel een "calle" als een
"avenida" met dezelfde naam bestaan.
Het is leuker om naar Libertador te wandelen
door een straat links en vervolgens een
straat rechts te nemen tot je Callao kruist.
Het stratenplan van Buenos Aires is dusdanig
eenvoudig dat dit geen enkel probleem moet
opleveren, je komt ongewild altijd goed
uit. Op deze manier zie je stad tenminste
eens vanuit een ander oogpunt. Gelijk links
om de hoek van Libertad is het Restaurant
Inmortales gevestigd, een tangorestaurant
met in het logo een lachende Carlos Gardel.
Het restaurant is gesloten en het pand staat
te huur, toch wat minder onsterfelijk dan
het uithangbord suggereert.
Op Libertador 1088 had Piazzolla een flat
op de bovenste verdieping en hij moet bij
helder weer uitzicht over de Río
de la Plata tot aan Uruguay, op de andere
oever, hebben gehad. Het gebouw is er weer
zo een uit de kant en klare gebouwenfabriek,
kraak noch smaak. Tegenover de flat is het
Carlos Thays Park, inderdaad vernoemd naar
de landschapsarchitect die het Chacabuco
Park ontwierp. De rest van de pelgrimage
kan, in verband met het verkeer, het beste
aan de rechterkant van de Avenida del Libertador
worden gewandeld. De pelgrimage wordt in
dit deel van de stad, de Zona Norte, een
wandeling langs parken, musea en monumenten.
Buenos Aires heeft veel parken en barst
van de monumenten. De parken variëren
in grootte, maar waar ik nu wandel is de
"parkengordel" van de stad. Het
eerste deel van de pelgrimage ging door
de wijken die de "Zona Sur - de zuidelijke
stadswijken" worden genoemd. Het zijn
de buurten waar veelal de minder welvarende
Porteños wonen. In de "Zona
Norte - de noordelijke stadswijken"
wonen de Porteños die het financieel
meestal een stuk beter hebben.
Aan het einde van het Carlos Thays Park
ligt aan de linkerkant de expositieruimte
"Palais de Glace" en schuin links
aan de overkant daarvan het Culturele Centrum
van Recoleta. Ik loop door tot aan de voetbrug
bij de Juridische Faculteit en steek daar
de avenida over. Gelijk aan de rechterkant
is het Nationaal Museum voor Schone Kunsten,
links de Plaza Francia met een monument
dat even lelijk als groot is "aangeboden
door de Franse gemeenschap bij de viering
van het 100 jarig bestaan van de Republiek
Argentinië." Een paar honderd
meter verder, nog steeds aan de linker hand,
de Nationale Bibliotheek en het monument
voor Eva Perón. Op de gevel hangt
nog steeds de aankondiging van twee tentoonstellingen
die er een jaar geleden werden gehouden.
Voorheen stond op deze plek de presidentiële
ambtwoning. Evita en Juan Perón waren
de laatste bewoners. Toen Perón in
1955 door het leger werd afgezet,´moest
alles dat aan Evita en Juan Perón
herinnerde worden opgeruimd en werd zelfs
de ambtwoning gesloopt. Welbeschouwd is
het werkelijk afzichtelijke gebouw dus niets
anders dan een gigantisch anti-peronistisch
monument.
Tegenover de bibliotheek ligt de Plaza
de la Republica Oriental de Uruguay met
een beeld van Generaal Artigas, die Uruguay
naar de onafhankelijkheid heeft geleid.
Een parkje verder is de Plaza de Chile met
een enorm beeld van O'Higgins onder wiens
leiding het Spaanse koloniale juk in Chili
werd afgeworpen. O'Higgins heeft de blik
strak gericht op het Nationale Museum voor
Decoratieve Kunst aan de overkant kant van
Libertador. Daar zal zeer binnenkort de
trouwjurk van Máxima Zorreguita tentoon
worden gesteld. Vierhonderd meter verder
aan de rechterkant het Museo José
Hernández, het museum voor Argentijnse
Motieven en vlak daarna het onwaarschijnlijk
lelijke monument dat de Duitse gemeenschap
ter gelegenheid van de honderdste verjaardag
van Argentijnse Republiek aanbood.
Zo gaat het maar door. Links de dierentuin
van Buenos Aires met schuin ervoor, midden
op de rotonde, een gigantisch wit marmeren
monument. Het is het monument van "Los
Españoles" jawel, aangeboden
door de Spaanse gemeenschap aan de Argentijnse
regering bij de viering van het 100 jarig
bestaan van de republiek. Niet veel verderop
rechts alweer zo'n lelijk monument voor
Nicolas Avellaneda, oud president. Wat die
enorme gestileerde blote vrouw met hanenkam
kapsel aan zijn voeten heeft te zoeken of
wat dat moet verbeelden is volkomen raadselachtig.
Avellaneda zelf is zo klein afgebeeld, dat
het erop lijkt dat het monument voor deze
vrouw is, niets is echter minder waar. Aan
het eind van dit park, vlak voor het spoorwegviaduct
is er dan nog het Museum voor Plastische
Kunsten Eduardo Sivori. Na het viaduct,
aan de overkant van de Avenida Dorrego,
begint rechts de paardenracebaan van Palermo,
links is het poloveld. Het volgende huis
waar Piazzolla zou gaan wonen, komt langzaam
maar zeker in zicht.
In 1974 verhuisde Piazzolla naar Libertador
4854, naar een appartement op de 13e en
hoogste verdieping van alweer zo'n karakterloos
gebouw. Vanuit zijn flat heeft hij vrijwel
hetzelfde uitzicht als vanuit de flat op
1088. Hij woonde nu in het stadsdeel Palermo,
een van de duurdere buurten van Buenos Aires.
Uitzicht over de racebaan en de rivier en
over de laagbouw aan de achterkant van het
huis. In dit deel van Palermo is er veel
laagbouw aan de slopershamer ontsnapt,.
In de grote huizen zijn aardig wat ambassades,
restaurants en privé scholen gevestigd.
Er hangt een ontspannen sfeer, het leven
lijkt veel minder gehaast dan in het stadscentrum,
een kilometer of 6, 7 verderop.
Naar het laatste adres in Buenos Aires,
Libertador 4408, moet er een paar honderd
meter worden teruggewandeld. Laura en Astor
Piazzolla zouden daar niet al te vaak verblijven.
Zij woonden veel buiten Argentinië
en hadden een zomerhuis in Punta del Este
in Uruguay gekocht. Tot mijn verassing is
dit het enige huis waarop een gedenkplaat
voor Piazzolla is bevestigd. Na weken door
de stad te hebben gedwaald en na veel wikken
en wegen toch maar de "lange"
pelgrimage te hebben gemaakt, is daar eindelijk
het bewijs dat Piazzolla echt in Buenos
Aires heeft gewoond. Het voelt aan als het
vinden van de pot met goud die aan het einde
van de regenboog is begraven.
Er moet voor de laatste keer worden gekozen.
Ik heb mezelf verboden met taxi's te reizen,
dus wordt het een bus of de ondergrondse
terug naar huis. De subte heeft mijn voorkeur
omdat er naar het dichtstbijzijnde station
door Palermo naar de Avenida Cabildo moet
worden gewandeld. Het verschil met de kant
van de stad waar Piazzolla in zijn jonge
jaren woonde en Palermo is moeilijk te beschrijven.
Hoewel, op een bepaalde manier karakteriseert
het erg goed zijn succes als componist en
musicus. Van eenvoudige maar gezellige buurten,
naar de dure parkengordel.
Na ongeveer vijf en een half uur wandelen
en openbaar vervoer, vallen de eerste dikke
regendruppels van wat een enorme stortbui
zal worden. Tijd om uit te rusten en na
te mijmeren met de muziek die Piazzolla
in 1975 componeerde naar aanleiding van
het overlijden van zijn oude leermeester
Anibal Troilo. De "Suite Troileana"
wordt in de biografie beschreven als de
beste muziek die Piazzolla in de jaren 1970
schreef. Een toepasselijker slot voor de
vele wandelingen door Buenos Aires, waarin
ik zowel de echte voetsporen als de muzikale
voetsporen van Astor Piazzolla heb proberen
te ontdekken, kan ik op dit moment niet
bedenken.
Een tip voor lezers die ook een "Piazzolla
Pelgrim" willen worden. De wandeling
is een prima manier om delen van Buenos
Aires te ontdekken, die een "gewone"
toerist zelden tot nooit ziet. Neem de tijd
en geniet. Er zijn meer dan genoeg aardige
gelegenheden (confiterías) om even
uit te rusten en een kop koffie of frisdrank
te drinken of wat te eten. Op een weekdag
heb je wat meer tijd nodig dan in een weekeinde,
doodgewoon omdat er dan veel meer voetgangers
zijn en er veel wegverkeer is. Ga na afloop
eten in "El Palacio de la Papa Frita"
in de Calle Lavalle in het centrum of op
weekdagen in Restaurant Félix in
Avellaneda (iets buiten de Buenos Aires).
Beide restaurants werden door Piazzolla
gefrequenteerd.
In de stad zijn er veel platenwinkels waar
de meeste Piazzolla CD's minder dan 7 Euro
kosten!
|